Overwegingen die hebben geleid tot onze visie

2.1 Dorpen zijn er om zuinig op te zijn

Maar blijkbaar leefden ze verkeerd.
Het dorp werd gemoderniseerd,
en nou zijn ze op de goeie weg.

Uit: Het Dorp, van Wim Sonneveld

Vraag aan een willekeurig iemand om vrij te associëren op de begrippen ‘dorp’ en ‘stad’, en altijd komen daar min of meer dezelfde reacties op. Een dorp is rustig, waar de stad hectisch kan zijn. Bij een dorp denk je eerder aan baksteen, bij een stad aan beton. In een stad is veel groen opgeofferd voor bebouwing en infrastructuur. Met name dat laatste is een duidelijk verschil.

Dorpen zijn veelal ‘als vanzelf’ ontstaan. Ze ontwikkelden zich in de loop der jaren, soms zelfs eeuwen, op een organische manier. Per periode veranderden de bouwstijlen en vaak sluit dat nu op een bijzondere wijze allemaal mooi op elkaar aan. Het is als het ware gerijpt in de tijd. Dat verklaart ook de aantrekkelijkheid van de centra van onze Nederlandse steden. Die kennen daar nog diezelfde min of meer organische ontwikkeling.

Bij die steden is pas later de planmatige ontwikkeling ontstaan. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is de Bijlmer, aan de oostkant van Amsterdam. Of kijk in Den Haag Zuidwest, waar vlak na de oorlog snel veel woningen nodig waren. Het wordt dan allemaal veel functioneler. De menselijke maat, die voor dorpen zo kenmerkend is, komt onder druk te staan. Meer hoogbouw, terwijl in een dorp laagbouw toch de norm is.

Er zijn nog meer verschillen dan alleen de bebouwde omgeving. Bij het begrip ‘dorp’ wordt ook vaak genoemd: gemoedelijk. Rustig. De mensen kennen elkaar nog. In steden is het leven meer anoniem. Soms jachtiger, ook. Overigens zijn dit allemaal geen waardeoordelen. Sommige mensen zouden er niet aan moeten denken in zo’n rustige dorpsstraat te wonen, waar anderen geen behoefte hebben aan drukte en zekere afstandelijkheid van de stad.

Dorpen en steden hebben zo elk hun geheel eigen karakter, en dat geldt ook voor de mensen die in die omgevingen wonen. Mensen kiezen daar bewust voor. Het zou dus zonde zijn als dorpen zich gaan gedragen als ‘kleine steden’. Dan is er namelijk niets meer te kiezen. En nee, het is niet zo dat die visie voortkomt uit een soort nostalgie zoals Wim Sonneveld het zo mooi zingt. We hoeven niet met de rug naar de toekomst te leven. Maar we moeten ook beseffen dat niet elke verandering een verbetering is.

2.2. Dorps Heemstede
We schreven al dat mensen, uitzonderingen daargelaten, bewust kiezen voor een bepaalde woonomgeving. Het jonge stel dat graag in de Pijp in Amsterdam woont, is een ander type mens dan het jonge gezin dat naar Hoofddorp trekt of het echtpaar dat een jaren-dertig woning in Heemstede verkiest. Er zit een glijdende schaal in die woonomgevingen. Amsterdam is heel anders van karakter dan Haarlem, dat op zijn beurt al weer voller en drukker is dan Heemstede of Hoofddorp. En ook tussen Heemstede en Hoofddorp zijn weer flinke verschillen.

Heemstede is Hoofddorp niet, en omgekeerd
Hèt grote verschil tussen deze dorpen – want dat zijn het nog altijd – is de overwegend organische groei versus de meer planmatige ontwikkeling. Je hoeft geen kenner te zijn om te zien dat Heemstede een veel langere historie heeft. Kijk maar naar de volwassen groenstroken overal, de volgroeide bomen. Op een zondag in Heemstede kun je nog echt ervaren hoe het dorpsleven vroeger was. Hoofddorp is veel meer een product van de tekentafel, een project van planners en architecten. Hoofddorp is een groeikern en is daarmee aantrekkelijk voor jonge gezinnen. Mensen kiezen bewust voor het één of het ander. Wie kiest voor Heemstede en zijn woningen met pannen- en zelfs nog rietdaken, die kiest eerst en vooral voor rustig wonen. Winkelen kan hier trouwens volop. Op 26.000 inwoners zijn er maar liefst acht supermarkten en een keur aan ‘leuke winkeltjes’. Voor de toekomst is voorzien dat de populatie zal afnemen, dus dat is ruim voldoende. De doorgewinterde shopper, bioscoopliefhebber of kroegtijger kiest niet voor Heemstede. En dat hoeft ook niet. Steden en dorpen in Nederland liggen relatief erg dicht bij elkaar. We hoeven geen eenheidsworst te creëren. Er moet iets te kiezen blijven.

2.3. Heemstede in perspectief
Nederland is een klein land. Ook vanuit Heemstede ben je soms al in een paar minuten in totaal andere omgevingen. De steden Haarlem en Amsterdam, met hun zeer hoge voorzieningenniveau; zij bieden op cultureel, culinair, educatief en op het gebied van winkelen alles. De groeikern Hoofddorp/Haarlemmermeer, met z’n meer hedendaagse karakter, en Schiphol zijn relatief dichtbij. Vanaf het treinstation in Heemstede of met de auto is ‘de rest van de wereld’ om de hoek.

Het ontbreekt de inwoners van Heemstede dan ook aan niets. Er is grootstedelijk vertier in de nabije omgeving. Kleinschalig woongenot met de dagelijkse behoefte aan boodschappen dichtbij huis.

Rust is er ook volop. Direct achter de duinen ligt de heerlijkheid Heemstede, op een natuurlijke hoogte in het landschap van het kustgebied. De sfeer in Heemstede is sterk te vergelijken met de buurgemeenten Bennebroek, Aerdenhout, Bentveld, Zandvoort en Bloemendaal. Deze zijn alle prettig kleinschalig en dorps van karakter.

Dat dorpse karakter van Heemstede wordt in sterke mate bepaald door het vele groen hier. Rond het dorp ligt een groene rand, in de meeste straten en lanen zijn fraai volgroeide bomen. Uniek is de Dreef, die met zijn monumentaal beplante middenberm een soort openbaar arboretum vormt. Dan zijn er ook nog de groene pleinen, zoals die bij de bibliotheek. Dit zijn ware oases. Er zijn buitenplaatsen en villa’s met royale tuinen. In het dorp zelf zijn de meeste straten beplant met volwassen bomen.

2.4. Heemstede onder druk
Eén van dè grote maatschappelijke trends op dit moment, is het verlangen naar authenticiteit. Naar originaliteit. Mensen krijgen, omdat alles in de wereld steeds meer op elkaar begint te lijken, behoefte aan verschillen. Dat geldt op alle terreinen, ook in de bebouwde omgeving. Het is veelzeggend dat op dit moment vooral dìe bouwpropjecten populair zijn, waarbij mensen hun eigen invloed kunnen laten gelden. In Den Haag lagen mensen dagen van tevoren voor de deur van het stadhuis, om oude zogenaamde ‘klushuizen’ te kopen. En dat terwijl projectontwikkelaars bijna niets meer kunnen verzinnen om mensen nog te interesseren voor wat al voor hen is bedacht.

Niettemin dendert die ontwikkelingstrein voort. We zien ook in Heemstede de hogere bebouwing oprukken. Kijk naar de entree van het dorp vanuit Cruquius. Zie het watertorengebied. De plannen rond de haven en het Oude Slot, het voormalig Diaconessenhuis en het zorgcentrum Overbos aan de van Lennepweg. Op al deze locaties lijkt ‘groot, groter, grootst’ de voornaamste drijfveer. De verdichting neemt steeds verder toe.

Het VPRO-programma De Slag Om Nederland heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt dat bij dit alles een soort eigen dynamiek van projectontwikkelaars en beleidsmakers leidend is. Er is weinig reflectie op wat nu eigenlijk met z’n allen aan het doen zijn. Project na project wordt van de grond getild, en achteraf zijn we niet erg blij met de samenhang daartussen. Of eigenlijk: het ontbreken van die samenhang.

Juist door de hang naar minder 13-in-een-dozijn neemt de aversie tegen deze gang van zaken toe. Er is behoefte aan: een pas op de plaats. Even goed nadenken over wat we nu wel en niet willen. Willen we bijvoorbeeld naar een Heemstede dat op zaterdagmiddag aanvoelt als de binnenstad van Haarlem of zelfs Amsterdam? Willen we een nog breder winkelaanbod? Met nog meer verkeersdrukte? Willen we de openbare ruimte opofferen voor zaken die elders al voorhanden zijn? Nog meer filialen van winkelketens die je van Maastricht tot Delfzijl en van Den Haag tot Winterswijk in alle hoofdstraten vindt? Of aan hoogbouw en architectuur die ver staat van Heemstede’s oorspronkelijke bouwstijlen?

Wat is op de langere termijn de prijs die we betalen als we nu het dorpse karakter van Heemstede terzijde schuiven? Hebben lokale winkeliers daar iets aan? Zijn de bewoners er wezenlijk mee geholpen? Voor wie doen we zoiets eigenlijk?

Er is nog (nog) geen goed antwoord op al die vragen. Heemstede ontbeert een heldere structuurvisie van de gemeente. Marktpartijen als projectontwikkelaars maken dankbaar gebruik van die leemte. Zij vullen dat met graagte in, naar eigen goeddunken. De enige visie die zij lijken te hebben, is een economische: ‘haal zo veel mogelijk rendement uit elke vierkante meter’. De 4 tot 5 laags appartementen zijn inmiddels talloos. Zij stijgen hoog uit boven de bestaande bouw. Wie heeft hier baat bij gehad? De bewoners in elk geval niet.

De diverse bouwprojecten in de winkelstraat hebben in elk geval niet bijgedragen tot een uniform beeld. Neem de Hästens winkel, die ver boven de omliggende woningen en winkels uit stijgt. Ook hier is rendement boven schoonheid gegaan. Het Watertorengebied is zo vol als mogelijk gebouwd, met als dieptepunt de bouw aan de Dreef. Waarom moest dat zo massaal en dicht op elkaar gebouwd worden? Waarom heeft de gemeente nauwelijks oog voor schoonheid en leefbaarheid? Een fors aantal bouwprojecten leidt tot de niet te vermijden conclusie ‘Groot = Idioot’.

We zien nu dat veel Nederlandse gemeenten juist daardoor in de problemen zijn gekomen. De kwaliteit van de openbare ruimte staat onder druk, terwijl de opbrengsten ook nog eens tegenvallen. Het is dan ook tijd voor een bredere visie. Een visie die recht doet aan het dorpse karakter van Heemstede. En daarmee aan het belang van de bewoners.